Hogere energieprijzen nog nauwelijks zichtbaar op energierekening

De aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten heeft de prijzen op de energiemarkt opgedreven. Toch merken Nederlandse huishoudens daar voorlopig weinig van op hun maandelijkse energierekening. In de eerste helft van dit jaar betaalde een gemiddeld huishouden ongeveer 160 euro per maand aan energie. Dat bedrag is ondanks de hogere marktprijzen nauwelijks toegenomen.

Vaste contracten houden hogere prijzen nog tegen

Een belangrijke verklaring is dat veel huishoudens nog een vast energiecontract hebben. Zolang dat contract loopt, hebben veranderingen op de energiemarkt geen directe invloed op het afgesproken tarief. Pas wanneer het contract afloopt en een nieuw contract wordt afgesloten, kunnen huishoudens met hogere prijzen te maken krijgen. Ook dan hoeft het verschil niet groot te zijn, omdat de huidige contractprijzen niet veel hoger liggen dan een aantal jaar geleden.

Vooral gas is duurder geworden

De prijsstijging is bovendien niet voor alle vormen van energie even groot. Vooral gas is duurder geworden. Omdat huishoudens tegenwoordig relatief veel elektriciteit gebruiken, blijft het effect op de totale energierekening beperkt. Daardoor kan een nieuw energiecontract ondanks de gestegen gasprijs qua maandbedrag nog redelijk dicht bij het oude contract liggen. De situatie is daarmee anders dan tijdens de energiecrisis van 2022, toen de energielasten in korte tijd sterk opliepen.

Brandstofkosten lopen wel op

Aan de pomp zijn de hogere energieprijzen duidelijker merkbaar. Tussen maart en juli besteedden huishoudens gemiddeld 765 euro aan brandstof. Een jaar eerder was dat ongeveer 708 euro. Dat komt neer op een stijging van zo'n 8 procent. De brandstofprijzen zelf stegen harder dan de totale uitgaven. Dat kan erop wijzen dat automobilisten minder liters tanken of vaker kiezen voor een goedkoper tankstation.